|
FOKKEN |
|
|
De merrie Je hebt een merrie, en daar zou je graag een veulentje bij fokken, maar is je merrie wel geschikt?? De hengst Weet je na alle voorgaande vragen zeker dat je met je merrie kunt en wil gaan fokken, dan kun je op zoek gaan naar een hengst. Ook bij de hengst geldt natuurlijk: Heeft hij geen erfelijke gebreken? Bij quarters en paints is het nog niet gebruikelijk dat ze röntgenologisch gekeurd zijn. Let hier dus op! Heb je bijvoorbeeld een quarter-merrie, maar je zou graag een paintveulen krijgen. Dan zul je op zoek moeten naar een painthengst. Maar niet elke hengst vererft zijn bonte aftekening 100%, sommige wel, als je dat belangrijk vind, ga dan op zoek naar een hengst die dat wel doet. Je hebt anders ook kans op een egaal veulen die bij de Paints ingeschreven wordt onder de Breedingstocks. Met deze paarden kun je wel wedstrijden doen, maar aan minder klasses deelnemen. Ander voorbeeld: je hebt een Paint-merrie, of de hengst nu quarter of paint is, het veulen zal altijd in het Paint-stamboek ingeschreven moeten worden. Kies je hier voor een Paint-hengst, dan heb je nog het verschil in patronen, waarbij je moet oppassen voor OLWS (Overo Lethal White Syndrome). Meer uitleg hierover vind je onder medisch. Of klik hier. Verder is het natuurlijk bij ieder ras belangrijk, of je merrie en hengst qua afkomst bij elkaar passen. Voordat je gaat dekken Heb je een passende hengst gevonden, dan ga je eerst nog een hele papierhandel krijgen, voordat de uiteindelijke dekking plaats vind. Er zijn verschillende mogelijkheden als je merrie bv. na dekking gust blijkt, dat je een gratis nieuwe dekking krijgt, of je geld terug. Sommige hengstenhouders geven een levend-veulen-garantie. Zoek dit allemaal goed uit. En laat je goed inlichten, want als er iets mis is, en er is niets geregeld, dan heb je pech, en geen veulen. Natuurlijk of insemineren |
|
Dit is meestal aan de hengstenhouder. Wordt het een natuurlijke dekking, dan kan het zijn dat de hengstenhouder een aantal keer met de hengst langskomt, als de merrie hengstig is. Maar meestal zul je met je merrie naar de hengst toe moeten. Een goede hengstenhouder heeft dan een box, waar je merrie tijdens haar hengstigheid kan blijven, zodat ze meerdere keren gedekt kan worden. Met insemineren komt de dierenarts of inseminator, om het diepvries-sperma of vers sperma in te brengen bij de merrie. Je kunt het evt. zelf gaan halen, en dan dezelfde dag door de dierenarts laten inbrengen. De dierenarts zal de merrie dan ook eerst scannen of opvoelen om te kijken of het echt de goede tijd is voor de dekking. |
Dracht Je kunt de merrie het beste tussen 16-18 dagen na de dekking of inseminatie laten scannen ivm. met controle op tweeling dracht, dan kan er nog wat aan gedaan worden. Daarna kun je op 30 en 45 dagen nog een keer laten scannen, zodat je nog met haar terug naar de hengst kunt, mocht ze niet (meer) drachtig zijn. Als je de merrie goed kan schouwen, is dat laatste natuurlijk niet nodig. Tot het moment van het veulenen zijn er over het algemeen weinig problemen. Door de merrie 4 - 6 weken voor het veulenen in te enten zorg je er voor dat het veulen met de biest extra antistoffen meekrijgt. Als de merrie is uitgeteld is het belangrijk haar goed in de gaten te houden om bij een eventueel probleem tijdens de bevalling in aktie te kunnen komen. |
| De geboorte De geboorte bij het paard verloopt snel en vaak is het veulen al geboren voor je er erg in hebt. De nageboorte moet er binnen 6 - 8 uur na de geboorte van het veulen afkomen. Als dit blijft zitten kan de merrie erg ziek worden. De nageboorte moet er uit zien als een broek met dichte broekspijpen, als dat niet het geval is dan kan er nog een stukje nageboorte achter zijn gebleven wat dan verwijderd moet worden. In de dagen na de geboorte mogen er nog wel kleine beetjes helder tot wit vocht uit de vagina komen. Als het er gelig uitziet of niet fris ruikt dan heeft de merrie waarschijnlijk een ontsteking en moet de dierenarts komen. |
|
Bij het pas geboren veulen kan het nodig zijn slijm uit de mond te halen en de navel te desinfecteren met betadine of jodium. Het is niet nodig de navelstreng door te knippen, deze breekt als de merrie opstaat. Vrijwel direkt na de geboorte moet het veulen al willen opstaan. Dit is een indicatie dat de coördinatie goed is, maar het is ook van levensbelang omdat het veulen bij de merrie moet drinken om voldoende biest binnen te krijgen. Ieder veulen wordt namelijk geboren met een afweersysteem dat onvoldoende ontwikkeld is. Voor de afweer is het de eerste dagen volledig afhankelijk van de antistoffen uit de biestmelk (colostrum). Een onvoldoende hoeveelheid of een lage kwaliteit biestmelk leidt vaak tot infecties en ziekten die een nadelige invloed kunnen hebben op de verdere ontwikkeling van het veulen. Ook de afdrijving van de darmpek (de eerste mest) wordt dan steeds moeilijker. In de eerste dagen na de geboorte moet het veulen zich attent en levendig gedragen, een schone neus en ogen hebben, niet hoesten en niet kreupel lopen. Om in de eerste dagen extra bescherming te bieden tegen ziektes is het verstandig het veulen een veulenprik te laten geven en een vitaminenkuur. Voeding tijdens de dracht en na het veulenen. Tijdens de eerste 8 maanden van de dracht kan de merrie volstaan met het normale rantsoen. Pas in de laatste 3 maanden vraagt de groei van het veulen zo veel meer, dat het rantsoen moet worden aangepast. Behalve een eiwitrijk rantsoen, zijn ook extra kalk ,fosfor en vitamine A en vitamine D noodzakelijk voor de botontwikkeling van het nog ongeboren veulen. Deze kruiden helpen bij de reiniging van het lichaam en ondersteunen de melkproductie. Zodra het veulen geboren is, neemt de behoefte aan voedingsstoffen bij de merrie nog meer toe; haar energie- en eiwitbehoefte stijgen en worden vergelijkbaar met die van een sportpaard in zware training. Als uw zogende merrie een basisbrok of granenmix krijgt, is het raadzaam om een vitaminen- en mineralensupplement toe te voegen. Verder.. En geniet van je veulen!! |